Zot BEN ik momenteel van een nummer op het album Englabörn van Jóhann Jóhannsson (nummer elf, voor de geïnteresseerden) en zot WORD ik op dit eigenste ogenblik van mijn vijftien jaar oude stereoketen die om de haverklap beslist er de brui aan te geven en het spelen stop te zetten. Grmbl.
Nu dacht ik eens het ideale moment gevonden te hebben om dat nummer megaluid en een uur lang non-stop te beluisteren, vindt die stomme stereoketen er niets beter op mij een beetje te pesten door telkens ergens in het midden van het nummer alles, maar dan ook echt álles, volledig toe te gooien. Al een geluk dat mijn schrijfsels alhier zonder klank zijn want ik heb hier al enkele keren serieus luid gevloekt. Ik meen zelfs een lichte golf van non-verbale agressie te voelen aankomen. Ik wist verdorie niet eens dat ik zoveel agressie in mij had.
Sommigen onder jullie kennen misschien het gevoel dat ontstaat wanneer je bedpartner net voor je je hoogtepunt bereikt er om een of andere onbekende reden de brui aan geeft. Niet dat ik daar ervaring mee heb, maar volgens mij is het een dergelijke frustratie die zich momenteel van mij meester maakt. En om het jezelf lekker lastig te maken geef je hem of haar diezelfde nacht telkens weer een nieuwe kans. Tevergeefs natuurlijk. Awel, dat heb ik dus momenteel voor met mijnen Grundig. Ik heb hem nu al meer dan tien keer een nieuwe kans gegeven en toch stelt hij mij telkens weer teleur. Maar nu is het genoeg geweest: ik heb de snoodaard zijn prise uitgetrokken en ik ga zelf wat bekomen door een veel te vroeg afgeleverd paasei op te (vr)eten en daarna in mijn nest te kruipen.