

Het is weer zover. De oudjes maken fietsgewijs Normandië onveilig en dochterlief is aldus een weekje lang de enige echte vrouw des huizes. Het voelt een beetje als terug op kot zitten, met dat verschil dat ik hier ook een tuin moet weten gezond te houden. Een week lang transformeer ik mij aldus iedere avond tot tuinvrouw. Dan geef ik de vele plantjes water, zorg ik dat onze slechtziende kip genoeg eten en water heeft en… pluk ik besjes. Vooral dat laatste is belangrijk want papa Linn zwiert die besjes het hele jaar lang in zijn dagelijks yoghurtje. Ik zou niet willen dat door mijn toedoen zijn voorraad dit jaar kleiner is dan anders en daarom begaf ik mij deze avond vol goede moed tussen de stekelige heesters van de Japanse wijnbes. Alé, ik vermoed toch dat het om Japanse wijnbessen gaat. Soit, besjes plukken zou dolle pret zijn moesten er niet allerlei soorten spinnen in wijnbessenland leven. Ik moet echt niet van die beesten weten. Brrr. Ik ben er tientallen tegengekomen en ik heb er daarvan een heleboel (denkbeeldig) in mijn haar weten zitten en over mijn lichaam voelen lopen. Ik zag zelfs een miniscuul spinnenbeest een wesp vermoorden die in haar web verstrikt was geraakt. De wesp was zeker vier keer groter dan dat spinnetje maar na een zielig gezoem dat slechts enkele seconden duurde, bleek de wesp zowaar morsdood te zijn. Ik kreeg er koude rillingen van. Ondanks het aanschouwen van al dat gruwelijks ben ik er toch in geslaagd mijn spinnenangst opzij te zetten en wist ik een mooie voorraad wijnbessen bijeen te plukken. De oogst van de dag kan je op de bovenstaande foto’s aanschouwen. Het grootste deel van de bessen zit ondertussen al in de diepvries en de overschot heb ik vakkundig in een gigantisch glas sangria gezwierd. Santé!

