Er gaat tegenwoordig geen dag voorbij dat ik niet oog in oog sta met een kikker. Blijkbaar is onze tuin een belangrijk kruispunt in het kikkerverkeer. Zo worden er de laatste dagen regelmatig kleine kikkers gespot tussen onze aardbeiplantjes. Sommige van die beestjes zijn niet veel groter dan één op twee centimeter. Schattig om te zien.
Eergisteren – een dik uur voor de regenbuien hun aanvang namen – sprong er een volwassen kikker tegen mijn been. Ik was onderweg van de tafel (bbq, mjammie) naar de achterdeur om een flesje Cola te halen toen ik ineens vanuit mijn ooghoeken een groen beest recht op mijn been zag afkomen. Ik verschoot mij een ongeluk en een angstkreet(je) kon ik niet onderdrukken. Meneer was duidelijk even hard verschoten van mij als ik van hem en sprong aldus snel naar veiliger oorden.
Toen het een uurtje later keihard begon te regen en ik – gewapend met een paar laarzen, een fototoestel en een gigantische paraplu – de tuin introk, kwam ik dan weer geen enkel springend beest tegen. De kikkers in onze tuin verkiezen duidelijk de zon boven de regen. Ik kan hen geen ongelijk geven.
Deze avond ontdekte mijn vader zelfs een kikker in het kot. Hij heeft het beestje, na enkele mislukte pogingen, kunnen vangen en buitenzetten. Anders was het misschien tussen al de rommel ergens vastgeraakt en een stille dood gestorven.
Dolle avonturen beleven we met die dieren. Nu ja, dol is misschien ietwat overdreven maar om saaie zomerdagen als de mijne ietwat boeiender te maken heb je dan ook niet veel meer nodig dan enkele kikkers.

















